Les Edgerton, schrijver en schrijfdocent, ziet ze regelmatig: getalenteerde schrijvers die keer op keer afgewezen worden door uitgevers, terwijl ze een geweldige persoonlijkheid hebben. Het probleem? Die geweldige persoonlijkheid komt niet op papier terecht. Edgerton begon zich te realiseren dat veel schrijvers kampen met een ‘writer’s inferiority complex’. Een minderwaardigheidscomplex waardoor schrijvers zich minder voelen dan andere, meer ‘literaire’ auteurs. Dit is gewoonweg zonde, zo stelt Edgerton, want van de schrijvers die hij doceerde en die hun persoonlijkheid op papier kregen, rees het percentage dat gepubliceerd werd dramatisch.
Het belang van je eigen stem
Toen Edgerton gevangenen onder zijn hoede nam die de ambitie hadden om schrijver te worden, kreeg hij de meest authentieke brieven die hij ooit had gezien. Deze mannen hadden persoonlijkheid! En hun brieven hadden alle elementen van geweldige fictie. Hij werd enthousiast, wist met zekerheid dat hij grote schrijvers had ontdekt en vond het een eer dat hij hen mocht helpen om hun potentie naar boven te halen. Hij vroeg zijn kersverse studenten om een kort verhaal te schrijven, en toen hij deze verhalen terugkreeg, stond hij perplex. De verhalen die hij terugkreeg kon hij met geen mogelijkheid koppelen aan de authentieke brieven die hij van de gevangenen had gekregen. Ze waren te ‘schrijverig’, te veel bezig om literair te willen zijn. Hij kon zich al voorstellen hoe de gevangenen op hun bed hadden gezeten met een woordenboek, thesaurus en Zane Grey, om diens schrijfstijl te imiteren.
Veel schrijvers, zo realiseerde Edgerton zich, onthouden zichzelf van het schrijven van hun beste werken, doordat ze niet schrijven in hun eigen stijl. Ze benaderen hun werk met te veel respect voor gepubliceerde auteurs, de ‘literaire’ taal en/of luisteren te veel naar de kritische stemmen in hun hoofd waarin ook kritieken van vroegere taaldocenten weergalmen. Hierdoor creëren ze proza dat te ver afstaat van hun eigen stijl. Ze gaan imiteren.
Soms werkt dit, zo stelt Edgerton nuchter, maar veel uitgevers lopen niet warm of koud van een imitatie van een andere auteur. Zij zoeken die originele stijl, lees: persoonlijke stijl, die niet alleen uitgevers, maar vooral lezers weet te boeien. En die lezers, die zijn volgens Edgerton ontzettend belangrijk. Er zijn genoeg lezers die Stephen King en John Grisham links laten liggen, en dat is prima. Het gaat om de fanbase die ze wél hebben, en die hebben zij dankzij hun persoonlijke stijl. Een stijl die maakt dat lezers hun verhalen willen en blijven lezen.
Zoektocht naar eigen stem en stijl
Maar hoe doe je dat? Hoe ontdek je je eigen stem? Je eigen stijl? Hoe kun je jezelf zijn tijdens het schrijven? Daarbij helpt dit boek. Niet alleen geeft Edgerton veel handvatten mee gebaseerd op zijn eigen ervaringen en die van professionals in het vak, hij leert je ook om grip te krijgen op je eigen stijl door veel en uitgebreide oefeningen mee te geven.
Eén van de leukste oefeningen vond ik de oefening die Edgerton ontleent van acteurs en hoe zij zich voorbereiden op hun rol. Hij geeft je een hele lijst mee met personages zoals een prostitué, een geadopteerd kind, een seriemoordenaar, heroïne junkie, taxichauffeur, circusclown, Duitse herder, en zelfs een alien van Xanatu 12, en vraagt je er één te kiezen. Vervolgens vraagt hij jou een wandeling of ritje door het dorp of wat dan ook te nemen, en de omgeving te observeren vanuit het perspectief van dat gekozen personage. Als je thuiskomt, dan vraagt Edgerton je verslag te doen van wat je hebt gezien aan een ander personage met hetzelfde ‘beroep’. Als je bijvoorbeeld hebt gekozen voor een inbreker als personage, dan is het dus de bedoeling dat je een verslag schrijft aan een collega-inbreker van wat je hebt gezien en welke plekken bijvoorbeeld geschikt zijn om bij ‘in te breken’. Het is niet alleen hilarisch en leerzaam, maar ook nog eens moeilijk!
Het mooie aan dit boek is dat Edgerton een docent is die niet intimideert. Dat klinkt misschien gek, maar heb je wel eens een schrijfboek opengeslagen en het gevoel gekregen dat je niets goed kunt doen tenzij je de ‘regels’ van deze autoriteit op het gebied volgt? Ik wel. Edgerton is daar in zijn disclaimer heel open over. Hij wil je met zijn boek absoluut niet het gevoel geven dat je iets moet. Hij wil je op weg helpen, je genoeg handvatten meegeven zodat je je eigen draai kunt vinden. Vertrouw op jezelf, is zijn boodschap, en alleen al de positieve toon van dit boek maakt zijn adviezen zeer toegankelijk. Het boek vormt daarmee een boek vol hoop, wel met een Amerikaans sausje, laat ik dat er even specifiek bij zeggen. Het zet aan tot nadenken over je eigen stijl, je eigen persoonlijkheid, je eigen stem. In dit opzicht is het boek niet alleen een schrijfgids, maar ook een ‘zelfhulpboek’, omdat je toch vooral op zoek gaat naar jezelf, wie jíj bent als schrijver, en welke kritische stemmen je tegenhouden je eigen persoonlijkheid op papier te krijgen.
Deze recensie is gebaseerd op de Writer’s Digest editie uit 2003. Er is inmiddels een heruitgave uit 2015 van The Benchmark Press met exact dezelfde tekst. De Kindle-editie op Amazon.nl heeft een inkijkexemplaar.