Beginnende schrijvers, van zowel fictie als verhalende non-fictie, krijgen vaak te horen: show, don’t tell. Grofweg vertaald: laat zien, vertel het niet. Er wordt van hen verwacht dat ze scènes schrijven en dramatiseren, en dat ze uitleg, achtergrondinformatie en samenvattingen schrappen. Hoewel dit goedbedoeld is, zorgt dit advies ervoor dat schrijvers zich in allerlei bochten wringen om vertellen te vermijden, terwijl dat helemaal niet nodig is. In deze blog leg ik kort uit wat show, don’t tell is én hoe belangrijk het is om de juiste balans te vinden tussen tonen en vertellen. Hiervoor gebruik ik voorbeelden uit mijn korte verhaal De bezichtiging, in zijn geheel te lezen via lowlandsfiction.nl.
Inmiddels heb ik vier blogs geschreven over scènes. Eerst legde ik uit wat een scène precies is om vervolgens in te gaan op de structuur van een scène en je de technieken te tonen waarmee je een scène schrijft van begin tot eind. Ik eindig de serie over de structuur van een scène graag met een fragmentanalyse van de eerste scène uit mijn korte verhaal De vertegenwoordiger.
In mijn vorige blog legde ik uit hoe je een sterk middenstuk van je scène schrijft. In deze blog bespreek ik hoe je scènes kunt eindigen. Een goed einde heeft emotionele impact en blijft resoneren in het hoofd van je lezer. Hoe schrijf je zo’n einde?