Blog

Zoeken

|
Telefoon: 0657033128

In De geheugenpolitie hebben personages geen controle over hun herinneringen. Op een eiland zonder naam, of zijn mensen de naam vergeten?, verdwijnt steeds meer. Letterlijk, als object, en figuurlijk, uit iemands geheugen. Er verdwijnen zaken als hoeden, linten, vogels en rozen. De verdwijningen nemen, aldus de flaptekst, steeds serieuzere proporties aan. Zij die angstvallig proberen vast te houden aan datgene dat wordt uitgewist, worden opgepakt door de geheugenpolitie en keren nooit meer terug. Anderen accepteren hun verlies. Ze kunnen zich immers dat wat verloren is en de emotionele waarde ervan, niet meer herinneren. De geheugenpolitie roept meer vragen op dan het antwoorden geeft, maar dat is tevens de kracht van het boek.

Het eerste dat mij opviel aan dit boek, was dat de personages geen namen hadden. Dat de hoofdpersoon een vrouw en schrijver is, wordt genoemd, maar haar naam kan ik mij, ironisch genoeg, niet meer herinneren. Samen met ‘de oude man’ zorgt ze voor haar redacteur R., die anders dan de andere inwoners van het naamloze eiland, zich dat wat uitgewist is, blijft herinneren. Om uit de handen van de geheugenpolitie te blijven, helpen ze hem onderduiken en klampen ze zich vast aan het laatste manuscript van de jonge schrijfster.

Het ontbreken van zoiets simpels als een naam zette mij al aan het denken. Ik dacht altijd dat een naam een wezenlijk onderdeel was van iemands identiteit. Daarom spendeer ik altijd veel tijd aan het vinden van de juiste naam voor mijn eigen personages wanneer ik een verhaal schrijf. Een naam geeft een personage kracht, dacht ik altijd, en draagt bij aan de ‘rondheid’ van het personage. Maar Ogawa laat zien dat een personage prima zonder naam kan. Uiteraard past dit exact binnen de romanwerkelijkheid, maar dat doet niets af aan het feit dat ik het indrukwekkend vind dat ze zulke levendige en ronde personages weet neer te zetten die, tja, naamloos zijn.

En dit naamloze gegeven confronteert telkens opnieuw met waar het in dit boek allemaal om draait: geheugen en het verlies ervan. Er is genoeg geschreven over herinneringen, herdenkingen, over geheugen, maar ook over het verlies ervan via bijvoorbeeld een tragisch ongeluk of dementie en Alzheimer. Het lijkt mij, werkelijk waar, een nachtmerrie om jezelf op deze manier te verliezen. De gedachte aan aftakeling van je geheugen, aftakeling van je zijn, en daar op geen enkele manier de controle over hebben, is angstwekkend. In De geheugenpolitie wordt daar een nieuwe dimensie aan toegevoegd, doordat er een externe instantie is die bepaalt wat uitgewist dient te worden. En dit alles, zo lijkt het, om inwoners onder controle te houden. De gedachte aan een overheid die de controle heeft over mijn geheugen, is wellicht nog angstwekkender dan een ziekte zoals dementie en Alzheimer.

Het boek steunt echt op thema’s zoals geheugen en verlies, zeggenschap over je eigen lichaam en geest, vriendschap en loyaliteit. Het plot is dan ook niet bijster interessant of vernieuwend. In de biografie van de auteur wordt zelfs vermeld dat Ogawa geïnspireerd raakte door Het dagboek van Anne Frank. Het onderduiken van R. en het strenge regime van de geheugenpolitie die het leven van de inwoners beheerst, zijn daar zeker een verwijzing naar. Dit stoorde mij op geen enkel moment, omdat die verwijzing naar de situatie van Anne Frank tezamen met de thematiek mij zo boeide en aanspoorde tot nadenken. Dit werd ook versterkt door het gegeven dat Ogawa niet expliciet uitlegt wat voor organisatie de geheugenpolitie precies is, waar ze vandaan komen, en hoe het komt dat zij zoveel zeggenschap hebben over de inwoners van het eiland. Deze mysterie wordt nooit ontrafelt en dat is tevens de kracht van dit boek. Het einde zet wederom aan tot nadenken, niet alleen over de thema’s, maar ook over leemtes in de roman.