Blog

Zoeken

|
Telefoon: 0657033128
Afbeelding toont een kussengevecht

Beginnende schrijvers, van zowel fictie als verhalende non-fictie, krijgen vaak te horen: show, don’t tell. Grofweg vertaald: laat zien, vertel het niet. Er wordt van hen verwacht dat ze scènes schrijven en dramatiseren, en dat ze uitleg, achtergrondinformatie en samenvattingen schrappen. Hoewel dit goedbedoeld is, zorgt dit advies ervoor dat schrijvers zich in allerlei bochten wringen om vertellen te vermijden, terwijl dat helemaal niet nodig is. In deze blog leg ik kort uit wat show, don’t tell is én hoe belangrijk het is om de juiste balans te vinden tussen tonen en vertellen. Hiervoor gebruik ik voorbeelden uit mijn korte verhaal De bezichtiging, in zijn geheel te lezen via lowlandsfiction.nl.

Het verschil tussen showing en telling

Laat ik beginnen met een voorbeeld van tell.

Meryam hield van koken.

Er is niets mis met deze zin, maar vergelijk hem even met de opening van De bezichtiging.

De keuken gaf de doorslag. Hij zag het op haar gezicht: hier kon ze zich helemaal uitleven met haar hobby. Ze zou de gerechten tentoonstellen op het keukeneiland en dan zouden hij en Simone - wel vanuit haar kinderstoeltje natuurlijk - alle recepten voor haar nieuwe kookboek beoordelen.
De medewerker van de woningbouwcorporatie klapte trots op het fornuis met zes kookpitten. ‘Dit fornuis is geheel elektrisch en dankzij de zonnepanelen zal het gebruik extra zuinig zijn.’

In deze twee alinea’s zien we niet alleen dat Meryam van koken houdt, we zien vanuit het perspectief van haar man ook hoeveel belang hij hecht aan het geluk van zijn vrouw. Vooral die keuken in het huis dat ze bezichtigen is precies wat ze zoeken en hij kijkt er al naar uit om haar nieuwe recepten te proberen.

showing en telling voorbeeld koken

Impact

De keuze tussen vertellen en tonen heeft alles te maken met de impact die je wil maken. Als de liefde van Meryam voor koken niet zo belangrijk is voor je verhaal, plot of karakterontwikkeling, dan is het helemaal niet nodig om dit uitgebreid te tonen. Je kunt dan prima af met simpelweg vertellen dat Meryam van koken houdt.

Wil je dat lezers meeleven met een personage en dat een personage en diens persoonlijkheid tot leven komt, dan is tonen heel effectief. Dit is ook precies de reden waarom er zo wordt gehamerd op show, don’t tell. We lezen namelijk fictie om getransporteerd te worden naar een andere wereld waarin we ons kunnen inleven in een ander. We willen onze gedachten en emoties verrijken en daarvoor is het nodig dat een verhaal ons aantrekt, meeneemt in het moment en ons bij tijden volledig opslokt.

de impact van showing en telling

Hoe show en tell elkaar aanvullen

Lees de opening van mijn korte verhaal nog eens terug. Spot jij daar, tussen het tonen, niet ook gewoon vertellen?

Ik zal je helpen.

De keuken gaf de doorslag. Hij zag het op haar gezicht: hier kon ze zich helemaal uitleven met haar hobby.

De hoofdpersoon Gerrie, Meryams man, vertelt hier eigenlijk gewoon dat die keuken helemaal de bom is. Vervolgens vertelt hij dat hij op haar gezicht ziet dat zij zich hier helemaal zou kunnen uitleven met haar hobby. Hij zegt niet: Meryam houdt van koken, dat zou wel heel erg expliciet vertellen zijn, maar hij brengt het impliciet.

Als we dit puur zouden tonen zoals show, don’t tell zou vereisen, dan zou je iets krijgen als:

Meryam gleed met haar vingers over het fornuis met de zes kookpitten en een glimlach verscheen op haar gezicht. Ze keek naar Gerrie, die met Simone in zijn armen bij de kinderwagen stond. Haar hoofd ging op en neer: ‘Dit is ‘em, Ger. Hier kan ik mij helemaal uitleven met mijn hobby.’ Ze ging bij het keukeneiland staan. ‘Hier kan ik mijn gerechten tentoonstellen,’ ze spreidde haar handen alsof ze er op dat moment allerlei lekkers op toverde, ‘en dan kunnen jij en Simone – wel vanuit haar kinderstoeltje, je weet hoe ze is – de nieuwe recepten uit mijn kookboek beoordelen.’

Welke versie vind je mooier? 

Dat heeft ook te maken met smaak en intentie. In mijn versie van De bezichtiging wilde ik kort en krachtig de lezer deelgenoot maken van Meryams hobby, maar het ging mij vooral om de dynamiek tussen Meryam en de medewerker van de woningbouwcorporatie, het conflict dat tussen hen ontstaat. Mijn boodschap ging niet over het koken, maar over een maatschappelijk systeem. Ik had ervoor kunnen kiezen om Meryams persoonlijkheid via show te verdiepen, maar ik vond dat niet nodig. Die keuze maak je uiteindelijk als schrijver zelf.

emoties en showing en telling

Emoties

Show, don’t tell wordt vaak ingezet bij emoties. Zeggen dat iemand zenuwachtig of boos is zou uit den boze zijn. Hoewel het klopt dat tonen meer impact heeft, is het echt geen no go om een emotie simpelweg te benoemen. In mijn verhaal De bezichtiging maakt het niet uit of ik benoem dat de woningbouwmedewerker trots klapt op het fornuis met zes kookpitten. Het gaat namelijk om Meryams emotie. Als ik mij in allerlei bochten zou wringen om te tonen hoe dat trotse gevoel eruitziet bij die medewerker, dan zou ik de focus bij het verkeerde personage leggen. Dat wilde ik niet.

Weer even een voorbeeld.

Tell:


Meryam was ontzettend geërgerd dat de woningbouwmedewerker haar vragen niet kon beantwoorden.

Show:

De medewerker keek haar nietsziend aan en Meryam trok een wenkbrauw op.
Gerrie fronste. ‘Ik denk niet dat ze de vraag begrijpt, schat. Misschien moet je hem anders formuleren.’
Meryam zuchtte. ‘Staan de zonnepanelen in een hoek van minstens twintig graden?’
De medewerker bewoog weer met haar ogen. ‘Mijn excuses. Ik denk niet dat ik uw vraag begrijp. Probeer het nog eens.’
Meryam gromde. ‘Kan ik een medewerker spreken?’
‘Wilt u een medewerker spreken?’ vroeg de medewerker.
‘Ja, dat zei ik toch? Ben je soms doof?’
‘Schat, weet je nog wat de huisarts zei over stress?’ Gerrie negeerde het feit dat zijn vrouw met haar ogen rolde. ‘Adem in. Adem uit. Je weet dat het soms even kan duren.’

We zien hier veel meer van Meryams persoonlijkheid dankzij de dialoog en handelingen. Simpelweg vertellen dat Meryam geërgerd is zou afbreuk doen aan het conflict. Meryam verlangt naar informatie en de woningbouwmedewerker kan haar deze niet geven. Mijn verhaal draait om dat conflict. Als ik wil dat lezers meeleven met Meryam, haar begrijpen en de situatie ook zelf kunnen interpreteren, dan is tonen de beste optie. Veel lezers vinden dit ook heerlijk. Ze zien boosheid of romantiek soms al van mijlenver aankomen, nog voordat personages dit zelf doorhebben!

Een voorbeeld waar een emotie benoemen gewoon kan:

‘Godver de godver,’ riep Meryam nadat hij haar het nieuws vertelde.
Ja … die was goed boos. Dat had hij van tevoren natuurlijk kunnen bedenken.

Hier draagt het benoemen van de boosheid bij aan de karakterisering van de verteller, het kleurt zijn stem en beleving en het werkt op de lachspieren. Het kan dus prima!

Let wel op dat je dit niet te vaak doet. In dit voorbeeld zie je namelijk dat de boosheid wordt getoond (Meryam zegt het letterlijk in een dialoog) én nog eens wordt verteld door de hoofdpersoon / verteller. Een zin als: hij sloeg boos met zijn vuist op tafel, is show én tell tegelijk en dat kan vervelend zijn voor lezers, vooral in fictie voor volwassenen, omdat je hiermee recht in hun gezicht zegt: kijk, lezer: hij is boos, dat je het even weet!

you can do it show dont tell

Tot slot

Vertellen en tonen gaan hand in hand. Soms werkt vertellen gewoon beter, brengt het vaart in een verhaal, helpt het je tijdsprongen te maken of om snel achtergrondinformatie te geven. Wanneer emoties, dramatisering, conflict en karakterontwikkeling belangrijk zijn, dan werkt tonen weer beter. Kies daarin de juiste balans en vraag proeflezers om hun mening, dan weet je of je goed zit.

Lees ook de blog: wat is een scène