In mijn vorige blog ging ik in op de vraag wat een scène is. Nu gaan we in op de structuur van een scène. Elke scène heeft, net als teksten in het algemeen, een begin, midden en einde. Als de drie secties goed in elkaar overlopen, dan creëer je een levendige leeservaring. Maar: hoe begin je een scène?
Functies van een scène
In haar boek Make a Scene vat Jordan Rosenfeld de secties en hun functies als volgt samen:
- Het begin is levendig en gedenkwaardig en zuigt je lezer direct het verhaal in.
- In het midden worden steevast risico’s genomen, in het Engels ook wel ‘raising the stakes’ genoemd. Er staat steeds meer op het spel voor de personages. Personages komen in conflict en er zijn gevolgen die het plot interessant houden.
- Het einde van een scène moet de lezer doen smaken naar meer. Het geeft de aanzet voor scènes die volgen. Zo kun je scènes als kralen rijgen waardoor ze allemaal in verbinding staan met elkaar.
Rosenfeld legt de lat hoog. Ze wil dat schrijvers het beste uit hun verhalen halen. Maar als beginnende schrijver kan het overweldigend zijn om te zien aan welke ‘eisen’ een scène moet voldoen. Begin daarom gewoon eerst met het schrijven van een scène zonder te letten op kwaliteit. Kom daarna terug naar deze blogs en kijk of je stap voor stap je scène kunt verbeteren met de informatie die je hier vindt.
Hoe je een scène kunt openen
Er zijn vier manieren waarop je een scène kunt openen.
- Personages
- Actie
- Narratieve samenvatting (beschrijvend/vertellend)
- Setting (locatie)

Een personage kan reflecteren of in actie komen.
Personages
Beeld je in dat je scène zich op een podium afspeelt. Dat podium is je setting (waarover later meer). Op dat podium verschijnt je personage. Er kunnen meerdere personages bijkomen. De personages hebben allemaal een verlangen, een doel, een voornemen of intentie.
In mijn korte verhaal De vertegenwoordiger heeft mijn hoofdpersoon Avélie het heel sterke verlangen om zich te isoleren en wat ze vooral niet wil, is dat mensen haar storen. Het verhaal en de scène beginnen als volgt:
“De zon scheen en dat vond ze vreselijk. Het herinnerde haar aan geluk, vrolijkheid en lachende mensen. Mensen. Bah.”
Avélie staat voor de deur met boodschappen als haar buurvrouw haar plotseling aanspreekt. Het enige wat Avélie wil is zo snel mogelijk haar huis in en ontsnappen aan de vrolijkheid van haar buurvrouw.
Actie
Bij actie gaat het niet om een autoachtervolging met kogels die personages om de oren vliegen (al kan dit natuurlijk zeker!), maar om het ‘doen’. Actie activeert de fysieke zintuigen van je lezer. In het vorige voorbeeld met Avélie opent de scène niet met actie, maar met een observatie en gedachten vanuit het personage. Mijn boek Levenslang in de Toren opent bijvoorbeeld zo:
“Kan je haar nog redden?’ vroeg Bran. Ik keek naar het bolletje vacht in mijn handen. Het harige borstje van Ina de hamster ging zachtjes op en neer en haar oogjes waren half gesloten. Ik had weinig hoop. ‘Ik denk niet dat ik nog wat kan doen, Bran,’ zei ik zachtjes.”
In deze opening zie je meteen dat er wat gebeurt: er is dialoog en er zijn handelingen.

Een actie kan iets kleins zijn als rennen door het gras.
Narratieve samenvatting
Bij een narratieve samenvatting vertel of beschrijf je in plaats van dat je iets toont. Het is een beetje te vergelijken met een voice over in een film. Te veel leidt af en verstoort de leeservaring. Gebruik het daarom spaarzaam en maak het kort, functioneel en vooral boeiend. In mijn korte verhaal De vertegenwoordiger opende ik een scène als volgt:
“Het heette Depri-weg. Echt. Het was van de ondernemersgroep Dutch Entrepreneurs. Een Nederlandse multinational met diverse dochterondernemingen, waaronder het farmaceutisch bedrijf Dutch Health Innovators. Sinds drie weken hielden ze een proef met een nieuw medicijn dat beter was dan alle antidepressiva’s bij elkaar.”
Je kunt dit soort narratieve samenvattingen gebruiken om tijd te besparen en iets snel te vermelden, wanneer informatie nodig is voordat actie plaatsvindt of wanneer een personage gedachten of intenties niet kan onthullen, bijvoorbeeld als deze niet kan praten. In mijn voorbeeld over Depri-weg moest ik simpelweg snel informatie geven over het medicijn om de lezer te informeren. Er was geen ruimte om dit uitgebreid te tonen in een scène.
Setting
Bij setting gaat het om de locatie waar het personage is. Als een locatie een dramatische impact gaat hebben op dit personage, dan is er alle reden om mee te openen. In mijn roman Levenslang in de Toren worden mijn hoofdpersoon Alise en haar beste vriendin Janela opgepakt door de jagers en levenslang opgesloten in de toren. Het moment waarop Janela een jagerluitenant confronteert met magie en zo de hele kwestie in werking stelt, vindt plaats in hoofdstuk 2. Ik begin dat hoofdstuk en de scène dan ook met een sfeerbepaling en beschrijving van de locatie, want dit is de laatste keer dat Alise en Janela nog door de stad zullen fietsen. Zij weten dat niet; de lezer wel:
“Het begon te schemeren. Een mengeling van geel, oranje en paars verscheen achter de wolken toen Janela en ik langs de Grote Sint-Laurenskerk fietsten. Ik wilde afslaan naar de Sint Laurensstraat om de Gedempte Nieuwesloot te pakken, maar Janela gebaarde mij haar te volgen de Langestraat op.”
Tips:
- Gebruik specifieke visuele details
- Gebruik je locatie om de toon te zetten van de scène.
- Gebruik de locatie om te reflecteren op de gevoelens van je personage.
- Toon de impact van de setting op het personage.

Een locatie kan impact hebben op een personage.
Tot slot
Wees je ervan bewust dat elke scène een verantwoordelijkheid heeft ten opzichte van je plot en verhaal. Het verhaal is waar je boek over gaat. Mijn novelle De geesten die niet langer zwegen gaat over een man die in het reine wil komen met zichzelf na de zelfmoord van zijn pleegbroer. Het plot omvat de gebeurtenissen in je boek die jou helpen dat verhaal te vertellen. Mijn novelle begint met de gebeurtenis dat de man aanklopt bij zijn buurvrouw, een sjamaan, die contact kan leggen met de doden.
De volgende keer gaan we in op: hoe schrijf je het midden van je scène?
Kom ook naar de workshops Verhalen schrijven voor beginners op zaterdag 6 en 20 juni als je meer wilt weten over scènes.