Blog

Zoeken

|
Telefoon: 0657033128

In Het zwembad van Yoko Ogawa zijn drie novellen samengebundeld waaronder de novelle “Het zwembad”, gevolgd door “Zwangerschapsdagboek” en “Studentenhuis”. De drie novellen zijn op zichzelf apart te noemen, mede doordat de intenties van de personages soms gewoonweg onnavolgbaar zijn. Vooral dit laatste zorgt voor een mengelmoes van frustratie en bewondering voor Ogawa’s schrijfkunsten.

Ik heb de drie novellen twee keer gelezen. En ik ben er niet wijzer van geworden. Het lijkt wel alsof het gewoonweg onmogelijk is om de personages te doorgronden en dat juist dit de ‘moraal van het verhaal’ is. De personages doen zulke vreemde dingen met zulke onnavolgbare intenties, dat de logica er gewoonweg niet van in te zien is. Op sommige momenten leek ik hele psychologische analyses te maken van de personages, om maar open plekken in te kunnen vullen. Juist deze open plekken, het door Ogawa weglaten van een uitleg of gevolgtrekking, maakten dat ik als lezer enorm hard aan het werk moest. Dat is frustrerend, maar eigenlijk ook ontzettend leuk. Het is net alsof je een moeilijke puzzel aan het maken bent. Laat ik de novellen eens een voor een bespreken.

Het zwembad
In “Het zwembad” volgen we de ik-persoon Aya, die als enige niet-wees in een weeshuis woont. Haar ouders runnen het weeshuis. Ze is verliefd op haar adoptiebroer Jun, een verliefdheid die steeds meer weg lijkt te hebben van een obsessie. Nu lijkt het in de eerste instantie op een doodnormale hevige verliefdheid, aangezien ze telkens aanwezig is bij zijn zwemlessen en -wedstrijden, wacht tot hij thuiskomt en elk moment aangrijpt om alleen met hem te zijn. Het punt is alleen, en daarom zijn de personages soms dus onnavolgbaar in hun intenties, dat Ogawa ook veel aandacht besteedt aan Aya’s eenzaamheid en sadisme. Zo verwaarloost ze met opzet het baby’tje Rie en geeft ze deze bijvoorbeeld een beschimmeld soesje, waarna het kind ziek wordt. Dit blijkt ze met alle jonge wezen gedaan te hebben. En waarom? Geen idee. Mogelijk is ze jaloers omdat haar ouders meer aandacht besteden aan de wezen, dan aan haar? Die leemtes moet je als lezer dus zelf zien in te vullen. Duidelijk is wel dat juist dit sadisme Aya uiteindelijk nekt.

Zwangerschapsdagboek
“Zwangerschapsdagboek” is ook weer zo’n apart verhaal. De hoofdpersoon houdt een zwangerschapsdagboek bij voor haar zwangere zus. Uit dit dagboek wordt duidelijk hoe goed de hoofdpersoon voor haar zus zorgt en hoe blij ze is als haar zus uiteindelijk zwanger is. Haar zus blijkt echter helemaal niet zo blij te zijn en gaandeweg krijgt ze last van zwangerschapskwalen. Eerst van heftige ochtendmisselijkheden waardoor ze vermagert, vervolgens van vreetbuiten waardoor ze te veel aankomt. Je ziet de ergernis van de hoofdpersoon voor haar zus steeds meer groeien, waardoor ze zich ook steeds meer gaat afvragen of haar zus en zwager dit kind wel verdienen.

De hoofdpersoon gaat vervolgens over tot een extreem besluit, dat eigenlijk heel subtiel is en bijna niet aan de hoofdpersoon toe te schrijven is. Als lezer kon ik dat niet bevatten. Ik bedoel, ik begreep de ergernis en ook als lezer had ik zo mijn vraagtekens bij de bekwaamheid van de toekomstige ouders. Maar om nu zo’n extreem besluit te nemen? Dat zou ik niet over mijn hart kunnen verkrijgen en de logica van de hoofdpersoon was daarom ook niet te bevatten. Dit is natuurlijk ergens ook wel logisch, maar wel frustrerend. Als lezer wil ik namelijk graag de motivatie van personages en hun handelen begrijpen. Ogawa gunt mij dat gemak niet. Ze zet mij aan tot nadenken en als lezer moet ik deze leemtes zelf zien op te vullen.

Studentenhuis
De laatste novelle, “Studentenhuis”, heeft geen onbegrijpelijke hoofdpersoon die onlogische dingen doet. Wel is deze novelle de meest vreemde van de drie en bevat deze een einde die de lezer alles behalve een bevredigende afsluiting biedt. In deze novelle helpt de hoofdpersoon haar neefje aan een studentenwoning in het oude studentenhuis waar zij vroeger ook woonde. Er is sprake van leegloop vanwege een gerucht. Een student is namelijk vermist geraakt en de beheerder van het huis, een man met één been en zonder armen, werd van deze vermissing verdacht. Deze werd vervolgens vrijgelaten door gebrek aan bewijs. Als het neefje van de hoofdpersoon telkens niet verschijnt op de afspraken met zijn tante en het neefje voortdurend via de beheerder afbelt – het verhaal speelt zich af in de jaren negentig – dan ga je als lezer toch denken dat het neefje ook vermist is geraakt.

Spreekt de beheerder de waarheid? De tante wordt immers nooit direct door het neefje, behalve de eerste keer, gesproken. De laatste twee keer is het de beheerder die namens het neefje afzegt. De hoofdpersoon verdenkt de beheerder niet. Wat kan deze immers zonder handen en met één been doen tegen een gezonde jongeman? Maar als lezer kom je er ook niet achter of dat neefje nu daadwerkelijk vermist is, waar die vermiste jongen nu is gebleven, en of de beheerder er iets mee te maken heeft. Het einde liet mij als lezer zo onvervuld achter, dat ik geen idee had wat ik ervan moest vinden. Ik dacht aanwijzingen gemist te hebben, maar ook na een tweede lezing blijft toch echt onduidelijk wat er nu precies gebeurd is. Misschien was dit juist de bedoeling. De lezer achterlaten met een unheimisch en onvervuld gevoel. Met de gedachte: deze mysterie gaat nooit opgelost worden. En dat is balen!

De novellen van Yoko Ogawa zijn zeker het lezen waard. Verwacht alleen geen traditionele verhalen die je als lezer passief tot je kunt nemen. Je wordt geheid aan het werk gezet. Dit is frustrerend en tegelijkertijd verfrissend. Ogawa’s schrijfkunsten zijn in dat opzicht zeker bewonderingswaardig te noemen.

 

Lees ook eens mijn andere recensie over Yoko Ogawa’s boek De geheugenpolitie: https://alkmaarscheletterkundige.nl/blog/246-boekrecensie-de-geheugenpolitie-yoko-ogawa.