Blog

Zoeken

facebook_page_plugin

|
06 570 33 128

D-Day brengt lezers terug naar 6 juni 1944, de dag van de invasie van de geallieerden in Normandië. Via het perspectief van zes jongeren wordt op indrukwekkende wijze een inkijk gegeven in deze belangrijke, maar verschrikkelijke dag uit de geschiedenis. Hoewel het boek zeker indrukwekkend te noemen is, geeft het ook een eenzijdig beeld van deze historische dag. Hierdoor is D-Day op belangrijke punten zeker taboedoorbrekend, waar het op andere punten taboes nog steeds in stand houdt.

Als beginnende schrijver krijg je één dogma constant naar je hoofd gesmeten: show, don’t tell (vertel het niet, maar toon het). Hoe meer je vordert als schrijver, hoe meer je je gaat realiseren dat vertellen en tonen toch wel degelijk samengaan en dat de twee gebalanceerd en gedoseerd dienen te worden. Bij Gratz is die balans soms erg zoek, waardoor je als lezer bladzijden lang vervalt in uitleg en beschrijvingen over personages en diens verleden en allerlei geschiedkundige details. En dit terwijl personages zich op een slachtveld bevinden waar enorm veel actie gaande is. Deze actie wordt door de disbalans van Gratz in vertonen en vertellen, in mijn opinie iets te vaak onderbroken, waardoor je uit de flow van het verhaal raakt. Irritant hierin is tevens dat het op microniveau de intelligentie van de lezer onderschat. Om even een voorbeeld te noemen van blz. 39, waarin eerst een geluid wordt nagebootst in tekst (onomatopee), om dit geluid vervolgens te expliciteren in de zin die daarop volgt:

“Ze stond net op het punt haar hoofd naar buiten te steken toen…
Toetoet!
De Duitse vrachtwagen toeterde [..]”.

Ik weet dat de aangeraden leeftijd voor dit jeugdboek 13+ is en dat jongeren nog hard werken aan hun leesvaardigheid, maar dit is dubbelop, amateuristisch, en doet geen recht aan de intelligentie van de lezer. En zo zijn er nog wel meer van dit soort kleine dingetjes aan te wijzen in Gratz’ boek, zoals personages die elkaar zaken uitleggen die ze al weten, alleen maar om informatie over te brengen aan de lezer.

Toch vond ik het boek indrukwekkend. Maar dit lag niet zozeer aan Gratz’ schrijfstijl, die nogal gewoontjes is. Het onderwerp en de behandelde thema’s lenen zich gewoon uitermate goed om indruk te maken. Gratz maakt daarbij wel degelijk slim gebruik van actuele thema’s zoals seksisme, racisme en nationalisme, om deze verder uit te lichten in een context van de jaren veertig. De zes personages zijn stuk voor stuk ‘rond’ te noemen, hoewel we het ene personage langer volgen dan het andere. Ik krijg als lezer daarom niet alleen een verschrikkelijke kijk in de Tweede Wereldoorlog en wat de soldaten van toen allemaal hadden moeten doorstaan, maar ook in de culturele context van destijds. Zo weigerden mannelijke witte soldaten te worden geholpen door gekleurde en vrouwelijke verpleegkundigen terwijl ze op het slachtveld lagen te creperen, omdat ze hen niet vertrouwden. Dan moest het leven van nog een verpleegkundige worden geriskeerd, dit keer dan een blanke man, om te helpen of om een second opinion te geven. Daar gaan je nekharen van overeind staan.

De weerzin voor de Duitse vijand is in dit boek enorm groot. Dit is begrijpelijk aangezien het vanuit het perspectief van de geallieerden is geschreven. Gratz weet hier een mooie draai aan te geven door het personage Dee (Douglas), die eigenlijk Dietrisch heet en als Duitser naar Amerika vluchtte, in het Amerikaanse leger te laten vechten. Hij komt in conflict met zijn beste vriend en medesoldaat Sid, die de Duitsers haat, als deze erachter komt dat zijn beste maat ook van Duitse afkomst is.

Maar Dee is niet zoals de nazi’s. Deze zijn kwaadaardig en genadeloos. Allemaal. Zelfs de Duitse krijgsgevangenen die wanhopig roepen dat ze bij het in brand steken van de kerk met vrouwen en kinderen, alleen maar bevelen hebben opgevolgd, worden nog steeds veroordeeld door Sid en Dee als moordenaars en gekken omdat ze bevelen opvolgden. Het wrange eraan is dat de geallieerde personages ook moorden uit bevel, maar zichzelf niet als kwaadaardig en genadeloos zien, omdat ze volgens het boek aan de goede kant vechten. Hierdoor wordt een eenzijdig beeld geschetst van de Duitse Ander, zonder acht te slaan op bijvoorbeeld Duitse deserteurs en verzetsstrijders. In dat opzicht had nog één personage van Duitse afkomst die wel het ‘juiste’ deed, taboes kunnen doorbreken en een verschil kunnen maken waarmee dit boek boven het gemiddelde zou kunnen uitstijgen.